Hoofdstuk 5
Ze keek net iets te opzichtig naar haar horloge. ‘Moet je nog ergens naar toe?’, vroeg Charlotte . Charlotte was een 85-jarige weduwe waar ze dagelijks langsging met een warme maaltijd. Suzanne schaamde zich een beetje dat ze de laatste tijd weinig aandacht aan haar had besteed. Pieter, want zo mocht ze hem ondertussen noemen, kwam op haar ronde na Charlotte en soms zou ze zelfs willen dat zij geen hulp meer nodig had en zo sneller naar hem kon gaan.
‘Heb je een vriendje waar je mee hebt afgesproken?’, ze grijnsde vol verwachting waardoor de puree tussen haar tanden wansmakelijk zichtbaar werd. Suzanne walgde bij de aanblik, draaide haar hoofd en keek door het vuile venster naar buiten. ‘Volgende keer was ik je ramen, Charlotte, … je ziet bijna de overkant van de straat niet meer.’
Tijdens haar opleiding had ze geleerd om proactief en niet te familiair om te gaan met haar cliënteel en tot nu toe had ze zich daar altijd netjes aan gehouden, maar met Pieter lag het anders. Zelfs tegen haar moeder had ze niet vertelt van de band die ze stilaan voelde met deze lieve oude man. Ze zou het niet begrijpen als ze zijn levensverhaal zou vertellen. Haar moeder waarschuwde altijd voor vlotte , charmante kerels. Suzanne vroeg zich af of ze Pieter zou kunnen weerstaan als hij haar leeftijd zou hebben. Ze had al wel enkele vriendjes gehad, maar Pieter straalde klasse uit, mysterieus en toch zo openhartig.
‘Hey, … heb je geen dessert bij?’, Charlotte bracht haar weer naar de realiteit.
‘Natuurlijk wel, ... tiramisu met speculaas ... dat lust je wel, he!’ Charlotte haar ogen glinsterden bij het zien van haar lievelingsdessert.
‘Ja, ... schrok het maar naar binnen, … goed zo’, Suzanne lachte bij deze onprofessionele gedachte.
Nadat ze Charlotte in haar zetel had geholpen en de afwas had gedaan, liep ze naar haar witte Renault Clio die was geparkeerd voor het huis. Bij het instappen checkte ze nog even de berichten op haar gsm. Tot haar verbazing waren er drie oproepen van een onbekend nummer. Moest ze nu reageren of het gewoon negeren? Suzanne besefte dat de vrouwelijke nieuwsgierigheid het uiteindelijk wel zou halen en besloot dan maar direct de voicemail te raadplegen. Meteen herkende ze de stem van mevr. Van Den Bulck, totaal overstuur.
‘Suzanne, je moet dringend komen, Mr. Schmidt loopt hier naakt door de gang, hij had zijn gsm bij zich en prevelt constant jouw naam. Ik heb je dan maar onmiddellijk gebeld.’ Suzanne wachtte niet tot ze was uitgesproken en drukte op ‘bellen’.
‘Sorry dat ik nu pas reageer mevr. Van Den Bulck, maar ik ben mijn ronde aan het doen. Waar is Mr. Schmidt nu?’ Suzanne voelde dat er iets ernstig was gebeurd en duwde het gaspedaal dieper in.
‘Niet erg liefje en noem me maar Juliette. Ik heb het ondertussen onder controle … Mr. Schmidt zit hier bij mij een kopje groene thee te drinken, helaas met kleren aan.’ De bulderlach die daarop volgde deed Suzanne naar haar gsm kijken. Vreemd , de treurende weduwe bleek plots veranderd te zijn in de lustige weduwe.
De drie kilometer tussen het huis van Charlotte en het flatgebouw van Mr. Schmidt leken wel uren te duren maar uiteindelijk parkeerde ze haar auto in de schaduw van het gebouw.
‘Rustig’ , prevelde ze binnensmonds, ‘het heeft geen zin om je emoties los te laten, ... stay focused!’
De lift bracht haar tot aan de donkerbruine voordeur van mevr. Van Den Bulck. Een vaalgeel papiertje naast de deurbel verwittigde dat deze stuk was en dat je maar hard moest kloppen. Suzanne klopte eerst zachtjes maar nadat ze geen gehoor kreeg namen de zenuwen het van haar over.
‘Mevr. Van den Bulck?, … Juliette?, … het is Suzanne hier!!!!’ Haar stem klonk luider en luider in de lange gang, de stiltes tussen de woorden werd enkel onderbroken door het zoemende geluid van de wandverlichting .
Plots ging achter haar de deur open, ze draaide zich om en zag mevr. Van Den Bulck in de deuropening. ‘Hey Suzanne, wat is er zo dringend? Wordt Pieter zijn eten koud?’ Suzanne kon de humor er niet van inzien en stormde zijn appartement binnen.
‘Pieter , wat is er gebeurd?’, vroeg ze verschrikt.
‘Ach Suzanne, je kent me ondertussen, he. Ik had weer een black out, niets erg hoor’, antwoordde hij.
Natuurlijk kende ze hem, en veel beter dan dat. Ze kon zien dat hij niets kon zeggen zolang Juliette aanwezig was. Die leek echter niet van plan om hen alleen te laten, want zijn woorden waren nog niet koud of ze plofte in de fauteuil.
‘Euhm, mevrouw Van Den Bulck, als je het niet erg vindt, zou ik nu graag mijnheer Schmidt zijn wasbeurt willen geven.’ Ze draaide daarbij haar hoofd van Juliette naar de deur.
Dit zou ze wel begrepen hebben en inderdaad, met een diepe zucht bracht ze haar oude beenderen in beweging.
‘Ok, ik weet wanneer ik niet gewenst ben. De volgende keer als Pieter nog eens naakt rondloopt, zal ik je niet meer lastigvallen‘, met een glimlach die veelzeggend was verliet ze de flat.
Nadat Juliette de deur achter zich dicht had getrokken, hoorde Suzanne de diepe lach van Pieter. ‘Ah Suzanne, zullen we er dan maar direct aan beginnen’, met een sierlijke zwaai bracht hij zijn rechterhand naar de bovenste knoop van zijn hemd. ‘Stop maar Pieter, je weet goed genoeg dat ik Juliette hier anders niet buiten kreeg.’ Suzanne en Pieter moesten lachen bij de gedachte dat zij hem onder de douche zou zetten.
‘Wat is er nu gebeurd, kom op vertel?’, vroeg ze terwijl de waterkoker werd gevuld voor twee instant koffie.
Pieter keek haar aan en plaatste zich in de fauteuil waar Juliette net daarvoor nog in had gezeten.
Hij vertelde hoe hij aan een goede vriend in het gemeentehuis had gevraagd of hij te weten kon komen dat Lilly nog leefde of niet.
‘Sterker nog, ze woont hier in de stad’, waren de laatste woorden voor hij van het zwarte goud dronk.
Hoofdstuk 6
Veertien dagen nadat Suzanne Pieter had moeten ‘bevrijden’ uit de armen van Juliette was het zover. Hij zou vandaag zijn lang vervlogen liefde terug zien.
Pieter had aan Suzanne gevraagd of ze, als morele steun, met hem wilde meegaan. Suzanne had ingestemd omdat ze wist dat hij door te sterke emoties wel eens vreemde dingen deed en misschien was het maar best dat ze dan in de buurt was.
Normaal ging ze steevast op zaterdag met haar moeder winkelen in het centrum van de stad maar nu moest ze dus een smoes verzinnen, wat ze niet graag deed.
Via de telefoon zou het al iets gemakkelijker gaan en dus wachtte ze op de stem aan de andere kant van de lijn. ‘Hallo liefje, wat leuk je te horen’, begroette haar moeder Suzanne.
‘Ja, moeder, ik kan helaas niet mee vandaag. Een verre vriendin is in de stad en ik kan alleen vandaag met haar afspreken’, loog Suzanne. Ze voelde zich rood aanlopen, wat een geluk dat haar moeder haar nu niet kon zien.
‘Ach , dat is niet erg. Ik wou je zelf al laten weten dat ik eens ga kijken naar de nieuwe katjes van Tante Floor’.
Verdorie, moest ze daarvoor liegen tegen haar moeder.
‘Ok mams, ik spring morgen misschien nog wel even binnen’, en bij het inhaken viel er een grote last van haar schouders.
Ze zou eerst met Pieter gaan lunchen, om daarna rustig naar het café om de hoek te gaan waar de ontmoeting zou plaatsvinden. Suzanne vond het zelf bijzonder spannend, eindelijk zou ze de vrouw zien waar Pieter zo met twinkelingen in zijn ogen had over verteld.
Toen Pieter de deur opendeed moest ze even slikken.
Daar stond hij, de zonnegloed scheen als een gloed rond het donkerblauwe maatpak. Zijn zilvergrijze haren strak naar achter met de gel die ze vorige week had meegebracht, de glimlach rond zijn mond lachte zijn witte tanden bloot.
‘Dag Suzanne, je ziet er stralend uit’. Pieter wist hoe hij een vrouw kon charmeren.
‘Hey Pieter, tja, ... ik moet er wel deftig uitzien, he, op deze speciale dag’, antwoordde ze blozend.
Hij nam haar hand en draaide haar rond alsof ze in slow motion aan het dansen waren.
‘Kom’, zei Suzanne, ’ze verwachten ons in De Florentijn’.
‘Nog even‘, suste Pieter, die, terwijl hij haar losliet, naar het donkerbruine bureau in de hoek wandelde. Hij opende de bureaulade, haalde er iets uit, keek naar Suzanne en zei: ’Hier, een cadeautje, ... omdat je mij hebt doen inzien dat men soms wel terug kan gaan in de tijd’.
Suzanne opende de witte verpakking met rode strik, haar ogen schoten vol wanneer ze het prachtige Gucci-uurwerk in het doosje zag liggen. ‘Mijnheer Schmidt, … dat hoefde je toch echt niet te doen!!!!’
‘Ach .,.. is het nu ineens weer Mijnheer Schmidt ?’, vroeg hij glimlachend terwijl hij haar een kus op het voorhoofd gaf.
‘Bedankt Suzanne, ... voor alles ... ‘ Haar ogen kruisten de zijne terwijl tranen beiden het zicht vertroebelden .
De deurbel verstoorde hun innig moment . ‘Tja’, zei Pieter. ‘ Saved by the bell, dat zal onze chauffeur zijn, … kom we gaan’.
De taxi bracht hen naar het restaurant, waar een prachtige tafel met zicht op de haven hen verwelkomde.
Tijdens het eten zag Suzanne dat hij moeite had om zich te concentreren. ‘Ach nee’, dacht ze, ’het zal toch niet waar zijn, ... niet nu!’
Ze probeerde hem subtiel tot rust te laten komen door over haar jeugd te vertellen, hoe ze haar vader nooit had gekend, wat voor een prachtige vrouw haar moeder is en dat ze hoopte ooit zo een band met haar kind te kunnen hebben .
Pieter luisterde aandachtig en tegen dat ze naar buiten gingen en de frisse wind hen tegemoet blies, was hij weer helemaal de oude.
‘Goh Suzanne, … je bent echt geweldig, … ik besef maar al te goed wat je daarnet hebt gedaan’, zei hij terwijl zijn hand de hare beetnam en richting café De Merel stapte.
De donkergrijze deur opende zich met een diepe zucht, Suzanne speurde in het bruine café. ‘Geweldig !’, dacht ze, ‘door de dichte rook zie je amper wie er aan het tafeltje naast de deur zit, laat staan vijf meter verder’. Ze glimlachte bij de gedachte dat het algemeen rookverbod blijkbaar ook haar uitzondering op de regel had.
Pieter keek rond en schudde het hoofd. ‘Neen’ zei hij, ‘ ze is er nog niet’. Een diepe teleurstelling was duidelijk van zijn gezicht te lezen.
Ze besloten halverwege het café te gaan zitten , helaas voor Suzanne zat ze met haar rug naar de deur.
Pieter roerde door zijn koffie alsof hij de tijd zo verder kon draaien, zijn ogen gleden van de deur naar de klok boven de toog en terug.
Suzanne legde haar hand op de zijne : ‘Rustig nou maar, ze komt heus wel’.
Hij glimlachte en keek naar het horloge dat haar hand sierde.
‘Wat leuk, zo kan ik ook zien hoe laat het is’, knipoogde hij.
Plots bleven zijn ogen gefixeerd op de deur en nog voor Suzanne zich kon omdraaien stond hij recht en prevelde : ‘Irene! ...‘
Suzanne keek om en haar ogen knipperden vol ongeloof bij het zien van zijn oude liefde. ‘Moeder, … wat doe jij hier?’
Een samenwerking van de Benebib-bibliotheken Baarle-Hertog-Nassau,Hoogstraten, Merksplas en Rijkevorsel
De volledige verhalen
woensdag 15 juni 2011
zondag 5 juni 2011
Verhaal Rijkevorsel, hoofstuk 6
Met een slecht voorgevoel en nog redelijk van slag door alles wat hij bedacht had, ging hij naar zijn computer en opende de mail. “ten laatste 9 uur... opdracht blijft hetzelfde...”
Voor hem niet meer, besliste hij toen direct. Hij wilde er vanaf. Het kon niet meer. Hij ging niemand doden.
Maar wat diende hij dan te doen? Zomaar in zijn enge kille schuilplaats blijven zitten? Tot ze hem daar kwamen halen? Vriendelijk zouden ze zeker niet zijn.
Hij was bang en onrustig. Hij moest iets bedenken.
Op het kerkhof zat mr. Schmidt nog steeds op de bank in de zon. Hij mijmerde over de mooie dagen en jaren die hij met zijn Marietje had beleefd. Daar was hij wel dankbaar voor. Toch moest hij denken aan haar laatste woorden: “Gina... trouwfoto”
Hij was hier niet op ingegaan, hoewel hij wist dat Mariette iets op het spoor was gekomen. Maar op dat moment was hij te veel overmand door verdriet, ook om alleen achter te blijven, dat hij het volkomen was vergeten.
Tot nu!!
Met al deze gebeurtenissen... hij zou toch iets moeten ondernemen. Zou hij Suzanne kunnen vertrouwen?
Ze kenden elkaar nog maar net. Oké, ze had naar hem geluisterd en inderdaad de politie niet gebeld. Zou hij haar zijn grote geheim durven vertellen? En wat was er met de trouwfoto?
Suzanne kuierde ietwat verder nog over het kerkhof met het papiertje omklemd in haar jaszak. Nu zou ze het moeten lezen, ze had de kans. Enigszins bevreesd voor wat ze zou tegenkomen, opende ze het verkreukelde briefje. Zuchtend bedacht ze dat deze dag onheilspellend was begonnen en al zeer onverwacht was verlopen. Als je bedenkt dat ze hem eigenlijk gewoon wilde verwennen met lekkere verse soep, dan zaten ze nu beiden toch wel in een ander lastig parket. Wat zou ze moeten zeggen als ze thuiskomt en haar man vraagt hoe haar werkdag was geweest? Ze zou misschien best alles verzwijgen??
Nu keek ze naar het kleine briefje; ‘mr. Schmidt heeft een zoon’, stond erop. Ze schrok oprecht. Hij had haar net nog verteld dat zijn huwelijk kinderloos was gebleven?? Wist mr. Schmidt dit zelf? Van wie kwam dit? Wie heeft dit in het lijstje verstopt? Toch met de bedoeling dat het gevonden zou worden... Had dit iets met die Gina te maken. Suzanne besloot om niks te zeggen tegen hem. Nog niet.
In zijn kille kamertje heeft hij besloten om mr. Schmidt te gaan opzoeken. Hij moet ontdekken of het inderdaad om zijn grootvader gaat. De oude foto in het kadertje... daar leek zijn vader zo sterk op!!?
Dan zou mr. Schmidt hem misschien wel helpen of tenminste beschermen. Het is de enige hoop die hij nu nog heeft. Dieper in de penarie kan hij niet meer zitten.
Mr. Schmidt riep Suzanne, hij wilde terug naar zijn appartement. Samen gingen ze zwijgend voort, elk verzonken in gedachten.
Mr.Schmidt was er van overtuigd dat hij Gina zo snel mogelijk moest opsporen. Interpol moest hem daarbij helpen. Zij waren hem trouwens nog veel verschuldigd. Dan zou misschien alles opgehelderd worden?
Suzanne mijmerde. Zij zou haar werkgever blijven bijstaan en indien nodig, zou ze het briefje laten lezen.
Aangekomen in het appartement, beslisten ze om samen nog een bord verse soep te eten, tenslotte moesten ze wat bekomen. Onverwacht ging de deurbel... mr. Schmidt keek Suzanne vragend en wat verschrikt aan. Ga jij maar naar de parlofoon”, vroeg hij...
Voor hem niet meer, besliste hij toen direct. Hij wilde er vanaf. Het kon niet meer. Hij ging niemand doden.
Maar wat diende hij dan te doen? Zomaar in zijn enge kille schuilplaats blijven zitten? Tot ze hem daar kwamen halen? Vriendelijk zouden ze zeker niet zijn.
Hij was bang en onrustig. Hij moest iets bedenken.
Op het kerkhof zat mr. Schmidt nog steeds op de bank in de zon. Hij mijmerde over de mooie dagen en jaren die hij met zijn Marietje had beleefd. Daar was hij wel dankbaar voor. Toch moest hij denken aan haar laatste woorden: “Gina... trouwfoto”
Hij was hier niet op ingegaan, hoewel hij wist dat Mariette iets op het spoor was gekomen. Maar op dat moment was hij te veel overmand door verdriet, ook om alleen achter te blijven, dat hij het volkomen was vergeten.
Tot nu!!
Met al deze gebeurtenissen... hij zou toch iets moeten ondernemen. Zou hij Suzanne kunnen vertrouwen?
Ze kenden elkaar nog maar net. Oké, ze had naar hem geluisterd en inderdaad de politie niet gebeld. Zou hij haar zijn grote geheim durven vertellen? En wat was er met de trouwfoto?
Suzanne kuierde ietwat verder nog over het kerkhof met het papiertje omklemd in haar jaszak. Nu zou ze het moeten lezen, ze had de kans. Enigszins bevreesd voor wat ze zou tegenkomen, opende ze het verkreukelde briefje. Zuchtend bedacht ze dat deze dag onheilspellend was begonnen en al zeer onverwacht was verlopen. Als je bedenkt dat ze hem eigenlijk gewoon wilde verwennen met lekkere verse soep, dan zaten ze nu beiden toch wel in een ander lastig parket. Wat zou ze moeten zeggen als ze thuiskomt en haar man vraagt hoe haar werkdag was geweest? Ze zou misschien best alles verzwijgen??
Nu keek ze naar het kleine briefje; ‘mr. Schmidt heeft een zoon’, stond erop. Ze schrok oprecht. Hij had haar net nog verteld dat zijn huwelijk kinderloos was gebleven?? Wist mr. Schmidt dit zelf? Van wie kwam dit? Wie heeft dit in het lijstje verstopt? Toch met de bedoeling dat het gevonden zou worden... Had dit iets met die Gina te maken. Suzanne besloot om niks te zeggen tegen hem. Nog niet.
In zijn kille kamertje heeft hij besloten om mr. Schmidt te gaan opzoeken. Hij moet ontdekken of het inderdaad om zijn grootvader gaat. De oude foto in het kadertje... daar leek zijn vader zo sterk op!!?
Dan zou mr. Schmidt hem misschien wel helpen of tenminste beschermen. Het is de enige hoop die hij nu nog heeft. Dieper in de penarie kan hij niet meer zitten.
Mr. Schmidt riep Suzanne, hij wilde terug naar zijn appartement. Samen gingen ze zwijgend voort, elk verzonken in gedachten.
Mr.Schmidt was er van overtuigd dat hij Gina zo snel mogelijk moest opsporen. Interpol moest hem daarbij helpen. Zij waren hem trouwens nog veel verschuldigd. Dan zou misschien alles opgehelderd worden?
Suzanne mijmerde. Zij zou haar werkgever blijven bijstaan en indien nodig, zou ze het briefje laten lezen.
Aangekomen in het appartement, beslisten ze om samen nog een bord verse soep te eten, tenslotte moesten ze wat bekomen. Onverwacht ging de deurbel... mr. Schmidt keek Suzanne vragend en wat verschrikt aan. Ga jij maar naar de parlofoon”, vroeg hij...
maandag 30 mei 2011
Verhaal Baarle 1: hoofdstuk 6
“de Rooie Molen”, Suzanne kende het wel. Een statige villa die erg in trek is als trouwlocatie. Ze was er getuige geweest bij het huwelijk van haar beste vriendin. Een mooi en goed onderhouden pand.
De marktvrouw zag dat ze met het boek in haar handen bleef staan. “Nou, foorruit dan maar meissie, foor jou sefen-en-een-halfe euro”.
Suzanne moest stiekem lachen om het onvervalste accent van de vrouw en rekende het boek af. Ze kon haar nieuwsgierigheid nauwelijks meer bedwingen en besloot rechtstreeks naar huis te fietsen.
Meneer Schmidt bleef door haar hoofd spoken. De meeste mensen waar ze kwam helpen, waren vriendelijk en vertelden graag over vroeger of over de kinderen en kleinkinderen. Rond meneer Schmidt bleef alles echter een beetje mysterieus. Ze deed toch echt haar best om vriendelijk te zijn en haar werk goed te doen maar het leek wel of meneer Schmidt steeds een soort van afstand wilde bewaren. Bovendien had hij nog steeds niet verteld wat er nou onder aan de balustrade had gelegen. Ze dacht dat het een envelop was geweest maar Dhr. Schmidt had het zo snel weggepakt dat ze het niet zeker wist.
Nou ja, prima, dacht Suzanne, niet iedereen hoefde alles te vertellen. Maar toch… ze wilde wel weten hoe meneer Schmidt nou met een foto in dat boek terecht was gekomen. Best een knappe man trouwens, in zijn jonge jaren.
Thuis sloeg ze het boek open en begon te lezen. Op de eerste bladzijden stond voornamelijk de geschiedenis van het pand beschreven. Wie het gebouwd had en wanneer. Dat interesseerde Suzanne niet zo. Ze zette haar computer aan en tikte “Kurt Schmidt” in op de zoekmachine. Ze kwam op een site waar veel over hem te lezen stond en even voelde ze zich schuldig. Kon ze dit wel maken? Ze kwam daar alleen voor haar werk en nu zat ze in haar vrije tijd te snuffelen in zijn verleden. Toch zette ze door. Hij hoefde immers niet te weten wat ze nu aan het doen was.
Het begon allemaal vrij zakelijk. Meneer Schmidt was een vooraanstaand bioloog geweest met een goede baan hier in Amsterdam. Met een baanbrekend onderzoek had hij nogal wat geld verdiend en “de Rooie Molen” gekocht. Krijg nou wat, dacht Suzanne. De man die nu acht hoog op een flatje woont was eigenaar geweest van “de Rooie Molen”?
Ze las verder op de website: “Dhr. Kurt Schmidt, bioloog in Amsterdam kocht na zijn goed ontvangen onderzoek villa “de Rooie Molen”. Hier woonde hij samen met zijn vrouw Suzanne. Een huwelijk dat kinderloos bleef en eindigde in een scheiding. Na de scheiding is Dhr. Kurt Schmidt uit het pand getrokken en leek met de noorderzon te zijn vertrokken. Jaren later werd bekend dat hij zich wederom in Amsterdam had gevestigd, nu in een eenvoudige flat. “de Rooie Molen”, nog altijd in eigendom van Dhr. Schmidt, heeft al die jaren leeg gestaan. Pas in 2002 verkocht Dhr. Schmidt de villa inclusief de complete inboedel aan de gemeente. Heden ten dagen is de villa voor bezoek te bezichtigen. De antieke inrichting en de grote verzameling kunstwerken zijn een lust voor het oog. De vroegere woonkamer met serre is sinds 2009 bovendien een gewilde trouwlocatie.”
Suzanne, dacht ze? Daar had hij nooit iets van gezegd. En kinderloos? Ze wist toch zeker dat Dhr. Schmidt een zoon had, al was het contact minimaal. Ze had hem nog nooit gezien. Even bekroop haar de gedachte dat een van die twee ongure types die ze op die vreemde dag op de galerij tegen was gekomen zijn zoon zou kunnen zijn.
Zou ze… nee, doe normaal Suzanne, nou ja, waarom niet? Ze kon toch gewoon geïnteresseerd zijn in kunst? En het was pas half in de middag. Ze pakte de fiets en ging richting “de Rooie Molen”. Weer even dat schuldgevoel toen ze het kaartje kocht. Waar was ze mee bezig? Binnendringen in Dhr. Schmidt’s verleden? “Wilt u alstublieft doorlopen mevrouw, er willen meer mensen naar binnen”. Voor ze het wist stond ze in de grote ontvangsthal met indrukwekkend trappenhuis. Links herkende ze de woonkamer. Hier had ze immers gestaan met de bruiloft van haar vriendin. Grappig toeval dacht ze.
Langzaam liep ze door de kamers en nam de inrichting in zich op. Ze probeerde Dhr. Schmidt in deze omgeving voor te stellen. Toen ze de slaapkamer inliep stokte haar adem. Ze keek recht in een geschilderd portret van, ja van wie, ze zou zeggen van zichzelf maar dat was natuurlijk onmogelijk. Stamelend vroeg ze aan een medewerker wie die vrouw op het schilderij was. “Dat is de toenmalige vrouw van Dhr. Schmidt, ze heet Suzanne. Je hebt wel wat van haar weg, ook van die mooie, rode krullen.”
Suzanne mompelde een beleefd bedankje en rende naar buiten. Ze fietste op topsnelheid naar huis en buiten adem liet ze zich op de bank vallen. Suzanne, rode krullen, Dhr. Schmidt, waar was ze in hemelsnaam in terecht gekomen? Ze had de trouwfoto van hem in haar handen gehad, waarom had ze toen niks gezien? Hadden het gebroken glas en de sluier ervoor gezorgd dat de gelijkenis niet opviel?
Ze rilde bij de gedachte dat ze vanavond nog terug moest naar Dhr. Schmidt. Ze had beloofd een extra keer te komen en wat te eten voor hem te maken. Nu had ze daar spijt van. Ze besloot dan maar meteen te gaan, des te eerder was ze er van af.
Met een diepe zucht stapte ze binnen bij Dhr. Schmidt. Ze zag dat hij een brief in zijn handen had.
“Bent u nu nog met de post bezig, dhr. Schmidt?”, vroeg ze zo kalm mogelijk. Op het bureau lag de bewuste foto en nu ze goed keek zag ze inderdaad de krullen van de jonge vrouw. “Nee, meisje, deze brief had ik al. Het is nogal belangrijk” zei hij nors. “Ik had hem eigenlijk met de andere spullen mee naar beneden gegooid maar hij is blijven steken achter de balustrade”. Ze had het dus toch goed gezien.
“Heeft uw zoon weer contact opgenomen?” vroeg ze, denkend aan de twee mannen op de galerij. “Nee” zei hij, “mijn zoon woont in Zwitserland, met hem heb ik alleen telefonisch contact.” “Oh gelukkig”, zei ze. “Ik dacht dat misschien één van de mannen die ik toen op de galerij tegenkwam uw zoon was” zei ze. “Maar dat kan niet als hij in het buitenland woont. Fijn dat zo’n type geen familie van u is.”
“Geen familie, maar wel bijna”, zei Dhr. Schmidt zachtjes. “Een van hen is de man van de dochter van mijn eerste vrouw. Zij heeft me deze vervelende brief geschreven.”
“De dochter van Suzanne?”, vroeg ze hem, terwijl ze naar de foto wees. Boos keek hij haar aan. “Wat weet jij van Suzanne?”
Op dat moment wordt de voordeur met een klap opengegooid en stappen de twee ongure types binnen, samen met een vrouw. Suzanne beseft onmiddellijk dat dit de briefschrijfster moest zijn. Eigenlijk wilde ze opstaan maar omdat de vrouw op dreigende toon begint te praten blijft ze zitten en aait Jozef, die bij haar op schoot is gesprongen, zachtjes over zijn rug.
De marktvrouw zag dat ze met het boek in haar handen bleef staan. “Nou, foorruit dan maar meissie, foor jou sefen-en-een-halfe euro”.
Suzanne moest stiekem lachen om het onvervalste accent van de vrouw en rekende het boek af. Ze kon haar nieuwsgierigheid nauwelijks meer bedwingen en besloot rechtstreeks naar huis te fietsen.
Meneer Schmidt bleef door haar hoofd spoken. De meeste mensen waar ze kwam helpen, waren vriendelijk en vertelden graag over vroeger of over de kinderen en kleinkinderen. Rond meneer Schmidt bleef alles echter een beetje mysterieus. Ze deed toch echt haar best om vriendelijk te zijn en haar werk goed te doen maar het leek wel of meneer Schmidt steeds een soort van afstand wilde bewaren. Bovendien had hij nog steeds niet verteld wat er nou onder aan de balustrade had gelegen. Ze dacht dat het een envelop was geweest maar Dhr. Schmidt had het zo snel weggepakt dat ze het niet zeker wist.
Nou ja, prima, dacht Suzanne, niet iedereen hoefde alles te vertellen. Maar toch… ze wilde wel weten hoe meneer Schmidt nou met een foto in dat boek terecht was gekomen. Best een knappe man trouwens, in zijn jonge jaren.
Thuis sloeg ze het boek open en begon te lezen. Op de eerste bladzijden stond voornamelijk de geschiedenis van het pand beschreven. Wie het gebouwd had en wanneer. Dat interesseerde Suzanne niet zo. Ze zette haar computer aan en tikte “Kurt Schmidt” in op de zoekmachine. Ze kwam op een site waar veel over hem te lezen stond en even voelde ze zich schuldig. Kon ze dit wel maken? Ze kwam daar alleen voor haar werk en nu zat ze in haar vrije tijd te snuffelen in zijn verleden. Toch zette ze door. Hij hoefde immers niet te weten wat ze nu aan het doen was.
Het begon allemaal vrij zakelijk. Meneer Schmidt was een vooraanstaand bioloog geweest met een goede baan hier in Amsterdam. Met een baanbrekend onderzoek had hij nogal wat geld verdiend en “de Rooie Molen” gekocht. Krijg nou wat, dacht Suzanne. De man die nu acht hoog op een flatje woont was eigenaar geweest van “de Rooie Molen”?
Ze las verder op de website: “Dhr. Kurt Schmidt, bioloog in Amsterdam kocht na zijn goed ontvangen onderzoek villa “de Rooie Molen”. Hier woonde hij samen met zijn vrouw Suzanne. Een huwelijk dat kinderloos bleef en eindigde in een scheiding. Na de scheiding is Dhr. Kurt Schmidt uit het pand getrokken en leek met de noorderzon te zijn vertrokken. Jaren later werd bekend dat hij zich wederom in Amsterdam had gevestigd, nu in een eenvoudige flat. “de Rooie Molen”, nog altijd in eigendom van Dhr. Schmidt, heeft al die jaren leeg gestaan. Pas in 2002 verkocht Dhr. Schmidt de villa inclusief de complete inboedel aan de gemeente. Heden ten dagen is de villa voor bezoek te bezichtigen. De antieke inrichting en de grote verzameling kunstwerken zijn een lust voor het oog. De vroegere woonkamer met serre is sinds 2009 bovendien een gewilde trouwlocatie.”
Suzanne, dacht ze? Daar had hij nooit iets van gezegd. En kinderloos? Ze wist toch zeker dat Dhr. Schmidt een zoon had, al was het contact minimaal. Ze had hem nog nooit gezien. Even bekroop haar de gedachte dat een van die twee ongure types die ze op die vreemde dag op de galerij tegen was gekomen zijn zoon zou kunnen zijn.
Zou ze… nee, doe normaal Suzanne, nou ja, waarom niet? Ze kon toch gewoon geïnteresseerd zijn in kunst? En het was pas half in de middag. Ze pakte de fiets en ging richting “de Rooie Molen”. Weer even dat schuldgevoel toen ze het kaartje kocht. Waar was ze mee bezig? Binnendringen in Dhr. Schmidt’s verleden? “Wilt u alstublieft doorlopen mevrouw, er willen meer mensen naar binnen”. Voor ze het wist stond ze in de grote ontvangsthal met indrukwekkend trappenhuis. Links herkende ze de woonkamer. Hier had ze immers gestaan met de bruiloft van haar vriendin. Grappig toeval dacht ze.
Langzaam liep ze door de kamers en nam de inrichting in zich op. Ze probeerde Dhr. Schmidt in deze omgeving voor te stellen. Toen ze de slaapkamer inliep stokte haar adem. Ze keek recht in een geschilderd portret van, ja van wie, ze zou zeggen van zichzelf maar dat was natuurlijk onmogelijk. Stamelend vroeg ze aan een medewerker wie die vrouw op het schilderij was. “Dat is de toenmalige vrouw van Dhr. Schmidt, ze heet Suzanne. Je hebt wel wat van haar weg, ook van die mooie, rode krullen.”
Suzanne mompelde een beleefd bedankje en rende naar buiten. Ze fietste op topsnelheid naar huis en buiten adem liet ze zich op de bank vallen. Suzanne, rode krullen, Dhr. Schmidt, waar was ze in hemelsnaam in terecht gekomen? Ze had de trouwfoto van hem in haar handen gehad, waarom had ze toen niks gezien? Hadden het gebroken glas en de sluier ervoor gezorgd dat de gelijkenis niet opviel?
Ze rilde bij de gedachte dat ze vanavond nog terug moest naar Dhr. Schmidt. Ze had beloofd een extra keer te komen en wat te eten voor hem te maken. Nu had ze daar spijt van. Ze besloot dan maar meteen te gaan, des te eerder was ze er van af.
Met een diepe zucht stapte ze binnen bij Dhr. Schmidt. Ze zag dat hij een brief in zijn handen had.
“Bent u nu nog met de post bezig, dhr. Schmidt?”, vroeg ze zo kalm mogelijk. Op het bureau lag de bewuste foto en nu ze goed keek zag ze inderdaad de krullen van de jonge vrouw. “Nee, meisje, deze brief had ik al. Het is nogal belangrijk” zei hij nors. “Ik had hem eigenlijk met de andere spullen mee naar beneden gegooid maar hij is blijven steken achter de balustrade”. Ze had het dus toch goed gezien.
“Heeft uw zoon weer contact opgenomen?” vroeg ze, denkend aan de twee mannen op de galerij. “Nee” zei hij, “mijn zoon woont in Zwitserland, met hem heb ik alleen telefonisch contact.” “Oh gelukkig”, zei ze. “Ik dacht dat misschien één van de mannen die ik toen op de galerij tegenkwam uw zoon was” zei ze. “Maar dat kan niet als hij in het buitenland woont. Fijn dat zo’n type geen familie van u is.”
“Geen familie, maar wel bijna”, zei Dhr. Schmidt zachtjes. “Een van hen is de man van de dochter van mijn eerste vrouw. Zij heeft me deze vervelende brief geschreven.”
“De dochter van Suzanne?”, vroeg ze hem, terwijl ze naar de foto wees. Boos keek hij haar aan. “Wat weet jij van Suzanne?”
Op dat moment wordt de voordeur met een klap opengegooid en stappen de twee ongure types binnen, samen met een vrouw. Suzanne beseft onmiddellijk dat dit de briefschrijfster moest zijn. Eigenlijk wilde ze opstaan maar omdat de vrouw op dreigende toon begint te praten blijft ze zitten en aait Jozef, die bij haar op schoot is gesprongen, zachtjes over zijn rug.
Verhaal Merksplas/Hoogstraten: Hoofdstuk 4
Twee dagen later kwam Suzanne terug bij Meneer Schmidt. Ook nu weer stond het aanrecht vol met nog af te wassen borden en kopjes en Meneer Schmidt zat nog een beetje treurig voor zich uit te staren. Wel zag ze terug moed in zijn ogen. Hij keek haar recht in haar ogen en zei: “Hé Suzanne, ik ben blij dat je er bent.” Zij keek hem aan en dacht: “Wat ben ik blij dat Meneer Schmidt mijn naam kent.” Ze werden er allebei helemaal vrolijk van. Ze ruimde de tot dan toe een beetje verwaarloosde woonkamer op, stofte de vele beeldjes af die op het dressoir stonden, stofzuigde elke kamer grondig en ververste het veel te lang gebruikte beddengoed.
Tegen twaalf uur smeerde ze meneer Schmidt enkele boterhammen met pindakaas en jam. De combinatie deed Suzanne huiveren maar meneer Schmidt vertelde tijdens hun kennismakingsgesprek dat dat het eten was dat hem opfleurde in slechte tijden.
Samen aten ze gezellig hun middagmaal. Er werd bijna niets gezegd. Rust. Stilte. De zon die door het raam naar binnen scheen. Aan elkaars gezicht te zien leek het alsof ze allebei opgelucht en blij waren. Ze genoten.
“Zullen we nog een wandeling maken? We lopen gezellig met zijn tweetjes een blokje om. Wat denk je?” “Leuk,” zei meneer Schmidt. Ze hielp meneer Schmidt met het aandoen van zijn jas, trok zelf haar door haar moeder gebreide vest aan en vertrokken. In de gang naar de lift kwamen ze mevrouw Van Den Bulck tegen. Mevrouw Van Den Bulck was een jonge weduwe die tegenover het appartement van Meneer Schmidt woonde. Ze was er drie jaar geleden komen wonen, na de dood van haar man. Het was een beetje een sombere vrouw. Ze had al heel veel meegemaakt. De dood van haar man was maar de laatste druppel. Ze had ook al haar dochter verloren aan borstkanker. Niemand kan het verlies van een kind dragen. Het is een niet-logische levenslijn.
“Hé meneer Schmidt !” riep ze toch opgewekt. “Ben je op stap met je kleindochter? Ik wist niet dat je kinderen had. Ze lijkt sprekend op je ! Dezelfde donkere ogen …”
“Nee hoor,” zei Meneer Schmidt, “Suzanne is een goede vriendin van me!” En hij lachte. Het deed Suzanne enorm veel deugd dat Meneer Schmidt haar een vriendin noemde. Voor hetzelfde geld zei hij “hulp”, “gezinshulp” of “werkster”.
In het park aangekomen zetten ze zich op een bankje. Het bankje was in een niet meer zo goede staat en het kon zeker een likje verf gebruiken. Ze trokken zich daar niets van aan.
De zon straalde. Ze scheen bij meneer Schmidt in de ogen. Hij draaide zich een beetje naar Suzanne toe om te voorkomen dat hij straks tijdens de terugweg constant gekleurde vlekken zou zien omdat de felle, hete, warme zon zijn netvlies verbrandde. Genietend keken ze elkaar in de ogen. Ze zuchtten.
“Weet je,” zei Meneer Schmidt plots, “ik heb vele vrouwen gekend in mijn leven. Als luitenant in het leger was ik best populair bij de meisjes. Ik ben er niet trots op, maar ik profiteerde daar wel eens van. Toch zijn er maar twee vrouwen waar ik ooit echt om gegeven heb. Mieke, of Mary, van de brief die je las en …”
“Simone?” vroeg Suzanne snel …
“Nee”, zei hij, “Simone was niet echt zo’n grote liefde. We hadden het goed samen, maar het was meer een verstandshuwelijk. Zeker nadat ze mij belogen had door mij, om mij voorgoed voor haar te winnen, te vertellen dat ze zwanger was terwijl dit eigenlijk niet zo was. Het vertrouwen was sindsdien weg.”
Hij keek stil, dromerig voor zich uit. “Naar Amerika,” prevelde hij … “het was zo ver.”
Een traan rolde over zijn wang. Zij nam zijn hand vast.
“Miste je Mieke?” vroeg ze. “Ja,” zei hij, “ik dacht dat ik haar nooit meer zou vergeten … tot ik Lily tegen kwam.”
“Lily was niet haar echte naam. Ik noemde haar zo … omdat ze zo mooi was … omdat haar karakter zo fragiel was … omdat haar lach zo kleurrijk was … als de lelies in mijn oma’s tuin.” Suzanne zag zijn ogen blinken. Hij vertelde nog heftiger verder. “Lily was jong. Ze was 25 jaar jonger dan ik. Maar ze was mooi. Ze was lief. We beleefden een zeer korte, maar zeer intens mooie tijd samen. We leerden elkaar kennen via mijn broer Jean-Marc. Jean-Marc was afgestudeerd aan het conservatorium. Hij gaf de lessen muzikale opvoeding op het Sint-Vincentiuscollege.”
“Oh, leuk !” zei ze. “Mijn moeder ging daar ook naar school !” Had je een fijne band met je broer?” vroeg ze geïnteresseerd. “Jean-Marc was een fijne broer, een echte vriend voor me.” “Zalig!” zei ze. “Ik heb geen broer of zus. Het moet ongelooflijk leuk zijn … denk ik,” nuanceerde ze haar reactie.
“Lily volgde privé zangles bij mijn broer thuis. Op een bepaald moment kruisten we elkaar op de trap. We keken elkaar aan en voelden allebei meteen dat er iets was. De vier seconden dat we tegenover elkaar stonden leken een eeuwigheid te duren. Ze waren zalig. Mijn hart bonsde. Ik kreeg het warm en koud tegelijk. Nooit geloofde ik dat het gevoel dat ik ooit bij Mieke had nog zou kunnen of zelfs zou willen voelen. Maar dit was het. Liefde op het eerste gezicht. Je hartslag versnelt, je krijgt klamme handen en de vlinders razen door je lijf. Als dat wederzijds is, dan heb je kans op vuurwerk... Het duurde een week voor ik haar mee uit durfde vragen. Het was tenslotte iemand die véél jonger was dan ik. Kon het eigenlijk wel? Ze had mijn dochter kunnen zijn …“
“Het werd de meest spannende, opwindende date die ik ooit had. We wilden onze waardigheid houden naar elkaar toe, maar het was die avond allemaal zo duidelijk. We hebben zelfs passioneel gevrijd als afscheid.”
“De volgende weken waren een hel. Ze was al enkele keren niet op de les geweest bij mijn broer. Hij vertelde me dat ze ziek was. Lag het aan mij? Lag het aan onze date? Ging het allemaal te snel? Was ik te oud? … allemaal vragen die ik mezelf stelde. En het stomste wat ik op dat moment kon doen … ik probeerde het gebeurde allemaal te minimaliseren. In gedachte maakte ik er een onenightstand van. Nu, vooral na het lezen van de brief van Mieke, besef ik dat dat een enorme fout is geweest. Als ik aan haar denk weet en voel ik nog steeds dat wij, ondanks het leeftijdsverschil voor elkaar gemaakt waren.
Ik heb me in de daaropvolgende twintig jaar nooit nog zo veilig, zo beschermd of zo mezelf gevoeld als bij haar …”
Een traan rolde wederom over zijn wang. Zij nam zijn hand nog steviger vast. Ook Suzanne begon te wenen.
“Zie ons hier nu,” zei hij. “Nog nooit heb ik met iemand hierover kunnen of durven spreken.”
Het gaf haar een warm gevoel.
Tegen twaalf uur smeerde ze meneer Schmidt enkele boterhammen met pindakaas en jam. De combinatie deed Suzanne huiveren maar meneer Schmidt vertelde tijdens hun kennismakingsgesprek dat dat het eten was dat hem opfleurde in slechte tijden.
Samen aten ze gezellig hun middagmaal. Er werd bijna niets gezegd. Rust. Stilte. De zon die door het raam naar binnen scheen. Aan elkaars gezicht te zien leek het alsof ze allebei opgelucht en blij waren. Ze genoten.
“Zullen we nog een wandeling maken? We lopen gezellig met zijn tweetjes een blokje om. Wat denk je?” “Leuk,” zei meneer Schmidt. Ze hielp meneer Schmidt met het aandoen van zijn jas, trok zelf haar door haar moeder gebreide vest aan en vertrokken. In de gang naar de lift kwamen ze mevrouw Van Den Bulck tegen. Mevrouw Van Den Bulck was een jonge weduwe die tegenover het appartement van Meneer Schmidt woonde. Ze was er drie jaar geleden komen wonen, na de dood van haar man. Het was een beetje een sombere vrouw. Ze had al heel veel meegemaakt. De dood van haar man was maar de laatste druppel. Ze had ook al haar dochter verloren aan borstkanker. Niemand kan het verlies van een kind dragen. Het is een niet-logische levenslijn.
“Hé meneer Schmidt !” riep ze toch opgewekt. “Ben je op stap met je kleindochter? Ik wist niet dat je kinderen had. Ze lijkt sprekend op je ! Dezelfde donkere ogen …”
“Nee hoor,” zei Meneer Schmidt, “Suzanne is een goede vriendin van me!” En hij lachte. Het deed Suzanne enorm veel deugd dat Meneer Schmidt haar een vriendin noemde. Voor hetzelfde geld zei hij “hulp”, “gezinshulp” of “werkster”.
In het park aangekomen zetten ze zich op een bankje. Het bankje was in een niet meer zo goede staat en het kon zeker een likje verf gebruiken. Ze trokken zich daar niets van aan.
De zon straalde. Ze scheen bij meneer Schmidt in de ogen. Hij draaide zich een beetje naar Suzanne toe om te voorkomen dat hij straks tijdens de terugweg constant gekleurde vlekken zou zien omdat de felle, hete, warme zon zijn netvlies verbrandde. Genietend keken ze elkaar in de ogen. Ze zuchtten.
“Weet je,” zei Meneer Schmidt plots, “ik heb vele vrouwen gekend in mijn leven. Als luitenant in het leger was ik best populair bij de meisjes. Ik ben er niet trots op, maar ik profiteerde daar wel eens van. Toch zijn er maar twee vrouwen waar ik ooit echt om gegeven heb. Mieke, of Mary, van de brief die je las en …”
“Simone?” vroeg Suzanne snel …
“Nee”, zei hij, “Simone was niet echt zo’n grote liefde. We hadden het goed samen, maar het was meer een verstandshuwelijk. Zeker nadat ze mij belogen had door mij, om mij voorgoed voor haar te winnen, te vertellen dat ze zwanger was terwijl dit eigenlijk niet zo was. Het vertrouwen was sindsdien weg.”
Hij keek stil, dromerig voor zich uit. “Naar Amerika,” prevelde hij … “het was zo ver.”
Een traan rolde over zijn wang. Zij nam zijn hand vast.
“Miste je Mieke?” vroeg ze. “Ja,” zei hij, “ik dacht dat ik haar nooit meer zou vergeten … tot ik Lily tegen kwam.”
“Lily was niet haar echte naam. Ik noemde haar zo … omdat ze zo mooi was … omdat haar karakter zo fragiel was … omdat haar lach zo kleurrijk was … als de lelies in mijn oma’s tuin.” Suzanne zag zijn ogen blinken. Hij vertelde nog heftiger verder. “Lily was jong. Ze was 25 jaar jonger dan ik. Maar ze was mooi. Ze was lief. We beleefden een zeer korte, maar zeer intens mooie tijd samen. We leerden elkaar kennen via mijn broer Jean-Marc. Jean-Marc was afgestudeerd aan het conservatorium. Hij gaf de lessen muzikale opvoeding op het Sint-Vincentiuscollege.”
“Oh, leuk !” zei ze. “Mijn moeder ging daar ook naar school !” Had je een fijne band met je broer?” vroeg ze geïnteresseerd. “Jean-Marc was een fijne broer, een echte vriend voor me.” “Zalig!” zei ze. “Ik heb geen broer of zus. Het moet ongelooflijk leuk zijn … denk ik,” nuanceerde ze haar reactie.
“Lily volgde privé zangles bij mijn broer thuis. Op een bepaald moment kruisten we elkaar op de trap. We keken elkaar aan en voelden allebei meteen dat er iets was. De vier seconden dat we tegenover elkaar stonden leken een eeuwigheid te duren. Ze waren zalig. Mijn hart bonsde. Ik kreeg het warm en koud tegelijk. Nooit geloofde ik dat het gevoel dat ik ooit bij Mieke had nog zou kunnen of zelfs zou willen voelen. Maar dit was het. Liefde op het eerste gezicht. Je hartslag versnelt, je krijgt klamme handen en de vlinders razen door je lijf. Als dat wederzijds is, dan heb je kans op vuurwerk... Het duurde een week voor ik haar mee uit durfde vragen. Het was tenslotte iemand die véél jonger was dan ik. Kon het eigenlijk wel? Ze had mijn dochter kunnen zijn …“
“Het werd de meest spannende, opwindende date die ik ooit had. We wilden onze waardigheid houden naar elkaar toe, maar het was die avond allemaal zo duidelijk. We hebben zelfs passioneel gevrijd als afscheid.”
“De volgende weken waren een hel. Ze was al enkele keren niet op de les geweest bij mijn broer. Hij vertelde me dat ze ziek was. Lag het aan mij? Lag het aan onze date? Ging het allemaal te snel? Was ik te oud? … allemaal vragen die ik mezelf stelde. En het stomste wat ik op dat moment kon doen … ik probeerde het gebeurde allemaal te minimaliseren. In gedachte maakte ik er een onenightstand van. Nu, vooral na het lezen van de brief van Mieke, besef ik dat dat een enorme fout is geweest. Als ik aan haar denk weet en voel ik nog steeds dat wij, ondanks het leeftijdsverschil voor elkaar gemaakt waren.
Ik heb me in de daaropvolgende twintig jaar nooit nog zo veilig, zo beschermd of zo mezelf gevoeld als bij haar …”
Een traan rolde wederom over zijn wang. Zij nam zijn hand nog steviger vast. Ook Suzanne begon te wenen.
“Zie ons hier nu,” zei hij. “Nog nooit heb ik met iemand hierover kunnen of durven spreken.”
Het gaf haar een warm gevoel.
zaterdag 28 mei 2011
Verhaal Rijkevorsel, hoofdstuk 5
Terwijl Suzanne de groenten aan het fijn snijden was, begon meneer Schmidt aarzelend te vertellen, naar woorden zoekend alsof hij niet wist waar eerst te beginnen. Het verhaal van meneer Schmidt begon met verscheurde fragmenten van plaatsen en tijdstippen die langzaam een beeld van zijn leven gaven. Nu de soep op het vuur stond en een heerlijk aroma de kamer vulde, werd meneer Schmidt met de minuut rustiger en Suzanne nerveuzer.
Terwijl hij aan het vertellen was, had hij iets op de krant geschreven en het ongemerkt naar Suzanne toegeschoven. Op de krant stond geschreven “We worden hier in de gaten gehouden.” Tegen de tijd dat de soep op de borden was geschept, had ze de hele kamer tot in detail in zich opgenomen. Ze was nooit een uitdaging uit de weg gegaan en daar zou ze nu zeker niet mee beginnen.
Meneer Schmidt had een saaie kantoorbaan, maar interpol had hem geregeld om medewerking gevraagd bij sommige observaties en interventies in andere landen. Tijdens de oorlog was hij in een gevaarlijke situatie terecht gekomen waarbij hij had moeten onderduiken en toen had hij een korte affaire gehad met een vrouw in Parijs. Eenmaal het gevaar geweken was en hij terug naar huis was gekeerd had hij deze vrouw terug willen contacteren, maar ze was als van de aardbodem verdwenen.
Meneer Schmidt kende haar echte naam niet maar wel haar codenaam : Gina. Dit was dan waarschijnlijk ook de reden waarom hij haar nooit heeft teruggevonden. Toen had hij Mariette leren kennen en hun leven was vol geweest. Toch was hij onbewust blijven zoeken en Mariette had hem zelfs geholpen, omdat ze ook voelde dat het als een los draadje was dat nog ergens vastgeknoopt moest worden. Mensen verdwijnen niet zomaar, of toch wel?
Mariette had de oorlog natuurlijk ook meegemaakt als jong meisje. Haar hele familie was naar Frankrijk gevlucht tijdens de bombardementen, meer precies naar Le Mans waar familie van haar woonde. Oom Louis uit Le Mans was na de oorlog nog verschillende malen op bezoek geweest bij hen en dan kwamen er vele herinneringen aan die tijd naar boven. Ouderdom maakte aan die momenten een einde, maar de herinneringen bleven. Tijdens hun reizen naar Parijs trokken ze dan ook veel tijd uit om in de archieven, bibliotheken, boekenwinkels en musea opzoekingen te doen over de oorlog. Mariette was daar zelfs heel goed in en de laatste jaren van haar leven was ze op een spoor gekomen van Gina. Door de ziekte van Mariette was dit spoor op de achtergrond gedrongen geweest, en nu had hij spijt dat hij er niet verder op ingegaan was. Hij had het gevoel dat deze hele situatie van vandaag daar iets mee te maken had.
Suzanne bracht de borden naar de keuken en plaatste ze op het aanrecht. Ze was zozeer door haar gedachten in beslag genomen dat ze struikelde over een hoekje van het tapijt. Ze kon zich nog juist rechthouden door steun te zoeken aan de kast waarbij ze een lamp omver duwde. Meneer Schmidt stond als de bliksem naast haar en vond dat hij nu wel toe was aan de wandeling naar het kerkhof en hij vroeg aan Suzanne of ze hem wilde vergezellen. Een korte wandeling zou hem nu wel goed doen.
Suzanne nam de jas van meneer Schmidt en hielp hem zijn jas aan te trekken. Terwijl ze haar jas nam, viel haar oog op de foto en zag ze het papiertje dat geklemd zat tussen de lijst en de foto. Ze trok het papiertje los terwijl meneer Schmidt zich in de spiegel fatsoeneerde. Suzanne stak het vlug in haar jaszak en zei niets. Meneer Schmidt nam de foto uit de lijst en nam hem mee.
Eenmaal buiten in de frisse lucht werd meneer Schmidt weer wat onrustig en Suzanne ook. Er spookten veel vragen door haar hoofd, maar ze wist dat meneer Schmidt zijn verhaal nog niet volledig was.
"Suzanne", zei meneer Schmidt, "we werden in het oog gehouden in mijn appartement. De persoon die me aangevallen heeft, heeft zijn werk zeer professioneel gedaan. Alleen begrijp ik niet waarom. Gelukkig heb je de lamp omver gestoten, want daar zat een lens en microfoon in. Heb je toevallig een gsm zodat ik interpol kan contacteren, want er is iets niet pluis."
Suzanne gaf haar gsm en meneer Schmidt vormde een nummer en sprak een codewoord met cijfers in. “Het is in orde, deze hele zaak is in goede handen nu.” Hij bekeek de foto en tranen welden op in zijn ogen. "Toen Mariette de laatste dagen van haar leven begreep dat ze niet meer beter zou worden en ze in zo een slechte conditie verkeerde dat ze amper nog kon spreken, had ze telkens dezelfde woorden herhaald. Hij had het nauwelijks kunnen verstaan maar ze herhaalde steeds de naam van Gina..., en trouwfoto...
Meneer Schmidt steunde op Suzanne haar arm terwijl haar andere hand in haar jaszak het papiertje omklemde dat ze tussen de foto en de lijst gevonden had. Ze waren op het kerkhof aangekomen en meneer Schmidt nam haar mee naar een bank onder een boom. "Als je er geen bezwaar tegen hebt zou ik graag eventjes alleen willen zijn" zei meneer Schmidt. Suzanne vond dit een zeer goed idee.
In de zon op de bank was het eigenlijk wel aangenaam omdat het kerkhof als een parkje was aangelegd. Het was niet groot en meneer Schmidt bleef binnen haar gezichtsveld. Ze probeerde haar gedachten te ordenen, ze voelde het papiertje in haar jaszak en was heel nieuwsgierig. Ze keek naar meneer Schmidt en nam de omgeving in zich op. Twee vrouwen met emmer en hark kuierden vrolijk babbelend rond terwijl ze hier en daar wat bloemen fatsoeneerden. Een jonge man met gebogen hoofd kwam het kerkhof opgelopen. Het papiertje knisperde in haar hand...
Nu begon het hem te dagen... Ginette was zijn grootmoeder... Zou het kunnen dat Gina en Ginette één en dezelfde persoon waren. Maar dan was hij de kleinzoon van meneer Schmidt! Zijn grootouders had hij nooit gekend en zijn vader was tijdens de oorlog in een weeshuis ondergebracht. Zijn vader was een succesvol zakenman geworden maar was steeds naar zijn roots blijven zoeken. Hoe moeilijk het ook was geweest om informatie over zijn ouders te vinden, zijn vader had voet bij stuk gehouden en had hier en daar wat informatie bijeen kunnen garen. Zelfs een foto, helemaal beduimeld, een foto van zijn moeder. Zijn vader kon er uren naar staren. “De oorlog heeft veel stuk gemaakt jongen,” zei zijn vader keer op keer. Zijn ouders waren beiden omgekomen in een vreselijk ongeval. Toen was hij in een grote leegte terecht gekomen en hij stond er alleen voor.
Maar waarom heeft hij deze opdracht gekregen? Hij begon te twijfelen aan de opdracht en de opdrachtgevers. Wat als ze hem wat hebben voorgelogen? Al bij al heeft hij zijn opdarchtgevers nooit gezien. Zijn maag begon weer te verkrampen.
Gelukkig was meneer Schmidt terug op de been. Wat heeft hij toch gedaan? Hij heeft een oude man aangevallen die dan misschien nog wel zijn grootvader zou kunnen zijn.
Spijtig dat de monitor het niet meer doet. Wat nu? Nu wist hij zeker dat ook hij in de gaten werd gehouden. Er kwam een biep geluid van de computer, weer een mail...
Terwijl hij aan het vertellen was, had hij iets op de krant geschreven en het ongemerkt naar Suzanne toegeschoven. Op de krant stond geschreven “We worden hier in de gaten gehouden.” Tegen de tijd dat de soep op de borden was geschept, had ze de hele kamer tot in detail in zich opgenomen. Ze was nooit een uitdaging uit de weg gegaan en daar zou ze nu zeker niet mee beginnen.
Meneer Schmidt had een saaie kantoorbaan, maar interpol had hem geregeld om medewerking gevraagd bij sommige observaties en interventies in andere landen. Tijdens de oorlog was hij in een gevaarlijke situatie terecht gekomen waarbij hij had moeten onderduiken en toen had hij een korte affaire gehad met een vrouw in Parijs. Eenmaal het gevaar geweken was en hij terug naar huis was gekeerd had hij deze vrouw terug willen contacteren, maar ze was als van de aardbodem verdwenen.
Meneer Schmidt kende haar echte naam niet maar wel haar codenaam : Gina. Dit was dan waarschijnlijk ook de reden waarom hij haar nooit heeft teruggevonden. Toen had hij Mariette leren kennen en hun leven was vol geweest. Toch was hij onbewust blijven zoeken en Mariette had hem zelfs geholpen, omdat ze ook voelde dat het als een los draadje was dat nog ergens vastgeknoopt moest worden. Mensen verdwijnen niet zomaar, of toch wel?
Mariette had de oorlog natuurlijk ook meegemaakt als jong meisje. Haar hele familie was naar Frankrijk gevlucht tijdens de bombardementen, meer precies naar Le Mans waar familie van haar woonde. Oom Louis uit Le Mans was na de oorlog nog verschillende malen op bezoek geweest bij hen en dan kwamen er vele herinneringen aan die tijd naar boven. Ouderdom maakte aan die momenten een einde, maar de herinneringen bleven. Tijdens hun reizen naar Parijs trokken ze dan ook veel tijd uit om in de archieven, bibliotheken, boekenwinkels en musea opzoekingen te doen over de oorlog. Mariette was daar zelfs heel goed in en de laatste jaren van haar leven was ze op een spoor gekomen van Gina. Door de ziekte van Mariette was dit spoor op de achtergrond gedrongen geweest, en nu had hij spijt dat hij er niet verder op ingegaan was. Hij had het gevoel dat deze hele situatie van vandaag daar iets mee te maken had.
Suzanne bracht de borden naar de keuken en plaatste ze op het aanrecht. Ze was zozeer door haar gedachten in beslag genomen dat ze struikelde over een hoekje van het tapijt. Ze kon zich nog juist rechthouden door steun te zoeken aan de kast waarbij ze een lamp omver duwde. Meneer Schmidt stond als de bliksem naast haar en vond dat hij nu wel toe was aan de wandeling naar het kerkhof en hij vroeg aan Suzanne of ze hem wilde vergezellen. Een korte wandeling zou hem nu wel goed doen.
Suzanne nam de jas van meneer Schmidt en hielp hem zijn jas aan te trekken. Terwijl ze haar jas nam, viel haar oog op de foto en zag ze het papiertje dat geklemd zat tussen de lijst en de foto. Ze trok het papiertje los terwijl meneer Schmidt zich in de spiegel fatsoeneerde. Suzanne stak het vlug in haar jaszak en zei niets. Meneer Schmidt nam de foto uit de lijst en nam hem mee.
Eenmaal buiten in de frisse lucht werd meneer Schmidt weer wat onrustig en Suzanne ook. Er spookten veel vragen door haar hoofd, maar ze wist dat meneer Schmidt zijn verhaal nog niet volledig was.
"Suzanne", zei meneer Schmidt, "we werden in het oog gehouden in mijn appartement. De persoon die me aangevallen heeft, heeft zijn werk zeer professioneel gedaan. Alleen begrijp ik niet waarom. Gelukkig heb je de lamp omver gestoten, want daar zat een lens en microfoon in. Heb je toevallig een gsm zodat ik interpol kan contacteren, want er is iets niet pluis."
Suzanne gaf haar gsm en meneer Schmidt vormde een nummer en sprak een codewoord met cijfers in. “Het is in orde, deze hele zaak is in goede handen nu.” Hij bekeek de foto en tranen welden op in zijn ogen. "Toen Mariette de laatste dagen van haar leven begreep dat ze niet meer beter zou worden en ze in zo een slechte conditie verkeerde dat ze amper nog kon spreken, had ze telkens dezelfde woorden herhaald. Hij had het nauwelijks kunnen verstaan maar ze herhaalde steeds de naam van Gina..., en trouwfoto...
Meneer Schmidt steunde op Suzanne haar arm terwijl haar andere hand in haar jaszak het papiertje omklemde dat ze tussen de foto en de lijst gevonden had. Ze waren op het kerkhof aangekomen en meneer Schmidt nam haar mee naar een bank onder een boom. "Als je er geen bezwaar tegen hebt zou ik graag eventjes alleen willen zijn" zei meneer Schmidt. Suzanne vond dit een zeer goed idee.
In de zon op de bank was het eigenlijk wel aangenaam omdat het kerkhof als een parkje was aangelegd. Het was niet groot en meneer Schmidt bleef binnen haar gezichtsveld. Ze probeerde haar gedachten te ordenen, ze voelde het papiertje in haar jaszak en was heel nieuwsgierig. Ze keek naar meneer Schmidt en nam de omgeving in zich op. Twee vrouwen met emmer en hark kuierden vrolijk babbelend rond terwijl ze hier en daar wat bloemen fatsoeneerden. Een jonge man met gebogen hoofd kwam het kerkhof opgelopen. Het papiertje knisperde in haar hand...
Nu begon het hem te dagen... Ginette was zijn grootmoeder... Zou het kunnen dat Gina en Ginette één en dezelfde persoon waren. Maar dan was hij de kleinzoon van meneer Schmidt! Zijn grootouders had hij nooit gekend en zijn vader was tijdens de oorlog in een weeshuis ondergebracht. Zijn vader was een succesvol zakenman geworden maar was steeds naar zijn roots blijven zoeken. Hoe moeilijk het ook was geweest om informatie over zijn ouders te vinden, zijn vader had voet bij stuk gehouden en had hier en daar wat informatie bijeen kunnen garen. Zelfs een foto, helemaal beduimeld, een foto van zijn moeder. Zijn vader kon er uren naar staren. “De oorlog heeft veel stuk gemaakt jongen,” zei zijn vader keer op keer. Zijn ouders waren beiden omgekomen in een vreselijk ongeval. Toen was hij in een grote leegte terecht gekomen en hij stond er alleen voor.
Maar waarom heeft hij deze opdracht gekregen? Hij begon te twijfelen aan de opdracht en de opdrachtgevers. Wat als ze hem wat hebben voorgelogen? Al bij al heeft hij zijn opdarchtgevers nooit gezien. Zijn maag begon weer te verkrampen.
Gelukkig was meneer Schmidt terug op de been. Wat heeft hij toch gedaan? Hij heeft een oude man aangevallen die dan misschien nog wel zijn grootvader zou kunnen zijn.
Spijtig dat de monitor het niet meer doet. Wat nu? Nu wist hij zeker dat ook hij in de gaten werd gehouden. Er kwam een biep geluid van de computer, weer een mail...
Verhaal Baarle 1: Hoofdstuk 5
Intussen waren de gedachten van Kurt Schmidt na deze enerverende morgen terug gegaan naar het verleden. Hij mocht dat meisje, die Suzanne, niet, hij vertrouwde haar niet. Was zij echt een vrijwilligster of een spionne, hij had redenen genoeg om zo over haar te denken al was zij nog zo aardig en attent voor hem.
Ooit had hij een meisje als zij liefgehad, maar dat was in 1938 en dat meisje zou nu net als hij, hoogbejaard zijn. Zij heette Martha en had ook van dat mooie rode haar. Zij woonden en studeerden alle twee in Duitsland, maar zij moest haar studie opgeven door de komst van het nazisme, toen bleek dat zij joodse was.
Kurt en ook zijn ouders waren geschokt. Zij hadden niets tegen het meisje maar zij waren bang dat hun hele gezin er onder zou lijden als Kurt met haar verder wilde gaan. Zij wilde haar niet in de steek laten en haar in de handen van de nazi s laten vallen, want dat zou haar ondergang betekenen. Zij zochten een oplossing voor de situatie waarin zij zich bevond en zij vonden die oplossing. Een zus van Kurt woonde in Nederland, zij was met een Nederlander getrouwd. Nederland was toen nog neutraal en het lukte om haar met valse papieren een nieuwe nationaliteit en een nieuwe naam te geven. Zij heette voortaan Suzanne en werkte als assistente bij de zus van Kurt wiens man dierenarts was. Zij overleefde de oorlog, maar toen ze na de oorlog op zoek ging naar haar ouders en familie waren die allemaal omgekomen in de Duitse concentratiekampen.
Kurt was natuurlijk opgeroepen om dienst te doen in het Duitse leger en hoewel hij nooit iets tegen joden had aangericht was de liefde van Suzanne voor Kurt sterk bekoeld. Met een Duitse soldaat trouwen was aanvankelijk voor haar onmogelijk, zij voelde dat als verraad aan haar ouders en familie. Maar Kurt wist haar te overreden en trouwde met haar nadat hij uit krijgsgevangenschap was teruggekeerd. Het huwelijk werd geen succes. Suzanne wilde geen kinderen, want kinderen van een joodse moeder, worden joodse kinderen en dat wilde zij haar kinderen niet aan doen.
Kurt had zijn studie biologie afgerond en ter wille van Suzanne die niet meer in Duitsland wilde wonen aanvaardde Kurt een baan in Amsterdam in een groot laboratorium en dat beviel hem uitstekend.
Maar het huwelijk liep toch stuk, zij scheidden, Kurt leerde een nieuwe vrouw kennen en kreeg een zoon, hiermee was aan een veelbewogen periode van zijn leven een einde gekomen, hij was na al die strubbelingen een gelukkig man zo dacht hij.
Maar een half jaar geleden kreeg hij een brief van de dochter van zijn eerste vrouw, de dochter van de joodse Suzanne dus, die hem aansprakelijk stelde voor al het leed dat haar moeder door de Duitsers was aangedaan. Zij wilde geld, want haar moeder had niet alleen al haar familie en haar bezittingen verloren maar ook haar geld, veel geld.
Kurt was verbaasd en geschokt en vooral woedend. Suzanne wilde toch geen kinderen?
Hij had met zijn familie destijds haar leven gered en zij had zijn leven verpest. Zij ging hem nu via haar dochter chanteren.
En nu kwam er opeens een vrijwilligster op zijn pad met rode haren, was dat toevallig ?
In zijn woede had hij toen alles wat hij ooit van Suzanne had gekregen, toen hij berooid uit de oorlog was teruggekomen, weggesmeten over de balustrade: zijn winterjas, zijn oude portefeuille, zijn trouwfoto. Hij had zich daarbij ook nog flink bezeerd. En wat nu? Hoe moest hij erachter komen dat die zogenaamd vrijwillige Suzanne het goed met hem meende of dat ze een spelletje met hem speelde?
Ooit had hij een meisje als zij liefgehad, maar dat was in 1938 en dat meisje zou nu net als hij, hoogbejaard zijn. Zij heette Martha en had ook van dat mooie rode haar. Zij woonden en studeerden alle twee in Duitsland, maar zij moest haar studie opgeven door de komst van het nazisme, toen bleek dat zij joodse was.
Kurt en ook zijn ouders waren geschokt. Zij hadden niets tegen het meisje maar zij waren bang dat hun hele gezin er onder zou lijden als Kurt met haar verder wilde gaan. Zij wilde haar niet in de steek laten en haar in de handen van de nazi s laten vallen, want dat zou haar ondergang betekenen. Zij zochten een oplossing voor de situatie waarin zij zich bevond en zij vonden die oplossing. Een zus van Kurt woonde in Nederland, zij was met een Nederlander getrouwd. Nederland was toen nog neutraal en het lukte om haar met valse papieren een nieuwe nationaliteit en een nieuwe naam te geven. Zij heette voortaan Suzanne en werkte als assistente bij de zus van Kurt wiens man dierenarts was. Zij overleefde de oorlog, maar toen ze na de oorlog op zoek ging naar haar ouders en familie waren die allemaal omgekomen in de Duitse concentratiekampen.
Kurt was natuurlijk opgeroepen om dienst te doen in het Duitse leger en hoewel hij nooit iets tegen joden had aangericht was de liefde van Suzanne voor Kurt sterk bekoeld. Met een Duitse soldaat trouwen was aanvankelijk voor haar onmogelijk, zij voelde dat als verraad aan haar ouders en familie. Maar Kurt wist haar te overreden en trouwde met haar nadat hij uit krijgsgevangenschap was teruggekeerd. Het huwelijk werd geen succes. Suzanne wilde geen kinderen, want kinderen van een joodse moeder, worden joodse kinderen en dat wilde zij haar kinderen niet aan doen.
Kurt had zijn studie biologie afgerond en ter wille van Suzanne die niet meer in Duitsland wilde wonen aanvaardde Kurt een baan in Amsterdam in een groot laboratorium en dat beviel hem uitstekend.
Maar het huwelijk liep toch stuk, zij scheidden, Kurt leerde een nieuwe vrouw kennen en kreeg een zoon, hiermee was aan een veelbewogen periode van zijn leven een einde gekomen, hij was na al die strubbelingen een gelukkig man zo dacht hij.
Maar een half jaar geleden kreeg hij een brief van de dochter van zijn eerste vrouw, de dochter van de joodse Suzanne dus, die hem aansprakelijk stelde voor al het leed dat haar moeder door de Duitsers was aangedaan. Zij wilde geld, want haar moeder had niet alleen al haar familie en haar bezittingen verloren maar ook haar geld, veel geld.
Kurt was verbaasd en geschokt en vooral woedend. Suzanne wilde toch geen kinderen?
Hij had met zijn familie destijds haar leven gered en zij had zijn leven verpest. Zij ging hem nu via haar dochter chanteren.
En nu kwam er opeens een vrijwilligster op zijn pad met rode haren, was dat toevallig ?
In zijn woede had hij toen alles wat hij ooit van Suzanne had gekregen, toen hij berooid uit de oorlog was teruggekomen, weggesmeten over de balustrade: zijn winterjas, zijn oude portefeuille, zijn trouwfoto. Hij had zich daarbij ook nog flink bezeerd. En wat nu? Hoe moest hij erachter komen dat die zogenaamd vrijwillige Suzanne het goed met hem meende of dat ze een spelletje met hem speelde?
Verhaal Baarle 2: hoofdstuk 6
Haar moeder, die alleen voor de taak had gestaan voor de opvoeding. Ze was bewust ongehuwde moeder. Bommoeder en steeds heel trots geweest op die beslissing.
Hoewel Suzanne zich wel eens had afgevraagd wie haar vader is en hoe hij eruit zou zien, had ze nooit bij moeder aangedrongen meer hierover te weet te komen.
Tijd om nu de boekenkast eens wat op te ruimen. Schmidt stelde voor om deze klus toch maar een andere keer te doen. Alleen de stapels boeken en tijdschriften die op de grond lagen, wat te sorteren en op het bureau leggen, zodat er weer eens goed gestofzuigd kon worden.
Goed plan zei Suzanne, want stiekem had ze het ook wel gehad voor vandaag.
"Hier", zei hij en hij reikte haar het boek aan. Deze is gesigneerd en mag je houden en laat me weten wat je ervan vindt.
Thuisgekomen kon ze haast niet wachten om het te gaan lezen. De titel alleen al: `Ik en die andere ik`, wekte haar nieuwsgierigheid. Achter op de kaft een gebruikelijke korte biografie van de schrijfster, in dit geval de twee auteurs. Catharina van Houten geboren 1930 in Baarle-Nassau en overleden 1978 in Marseille. Naast enkele gedichtenbundels en twee romans nu deze autobiografie.
Het verhaal over een schizofrene kunstenaar, haar vader.
Tot ook de andere auteur Peter Schmidt geboren 1931, die de moed had gevonden dit onvoltooide werk van zijn vrouw te voltooien met enkele voetnoten van zijn hand.
Suzanne keek naar de foto op de kaft. Een mooie vrouw die dromerig in de camera kijkt met op de achtergrond een man, Schmidt. Voor een prachtig huis met een palmboom. Typisch Zuid-Frans en een Jugendstil deur met lelies gevlochten ineen in houtsnijwerk.
Die vrouw zou een zus van haar moeder kunnen zijn. Ook Suzanne was haast een evenbeeld van haar moeder behalve dan haar blauwe kijkers. Ze wist maar al te goed hoe ze mannen totaal in de war kon brengen met haar blik.
Ineens had ze een ingeving. Het jaar 1978. Het jaar van het overlijden van de vrouw van Schmidt en tevens haar eigen geboortejaar.
Waar is die schoenendoos met papieren van ma. Ze vond hem snel, gewoon achter de fotoalbums. Beetje muf. Haar handen zochten naar iets. Ja, de agenda van haar moeder met adressen. Bovenop het medaillon dat ze zo mooi vond. Haar foto erin met de gegraveerde tekst eromheen ´a perfect day´. Die droeg moeder altijd. Die Lou Reed toch. Had heel wat losgemaakt destijds met zijn lyriek in 1972. Was het lijflied van haar moeder en ook Suzanne zelf neuriede het regelmatig. Schijnbaar had Schmidt er ook iets mee.
De agenda met adressen en verjaardagen. Een stapeltje losse papiertjes. En dan dat ene adres achter op een vergeelde foto. Rue de Balzac, Marseille. Een huis met die voordeur, met ineengevlochten lelies en een grote palmboom.
Suzanne schrok en veerde op. "Even goed nadenken", zei ze hardop tegen zichzelf.
Zijn vrouw was dus 48 jaar geworden en hij nu 80. Dus toen haar moeder besloot zwanger te worden van een Franse man, zoals ze eens vertelde, was Schmidt 47 jaar en haar moeder ook. Nu snapte ze waarom hij haar vroeg ‘Wie ben jij’?
Ze had een heel onrustige nacht en 's morgens werd ze doodmoe wakker. Haastig aangekleed zonder te ontbijten met de schoenendoos van ma onder arm snelde ze weg. Schmidt had veel uit te leggen.
Schmidt zat in zijn zondagse pak achter zijn bureau. Schijnbaar had hij zich voorbereid. Deze dag zou zijn perfect day worden. Zelfs zijn Korsakov zou vandaag geen invloed hebben op wat hij nu zou gaan vertellen. De bekroning van zijn zoektocht naar zijn dochter. Ze zou een vermogen erven en hij wilde daar getuigen van zijn.
Dag Suzanne, mijn kind. Hier heb ik lang op gewacht. Suzanne schrok. In zijn blauwe ogen herkende ze ineens een stuk van haar zelf.
Hoe vind je het boek. Stamelend erkende Suzanne dat ze geen woord gelezen had maar dat de foto op de kaft haar wel boekdelen vertelde en reikte hem met trillende hand de foto aan van het huis in Marseille.
Hoewel Suzanne zich wel eens had afgevraagd wie haar vader is en hoe hij eruit zou zien, had ze nooit bij moeder aangedrongen meer hierover te weet te komen.
Tijd om nu de boekenkast eens wat op te ruimen. Schmidt stelde voor om deze klus toch maar een andere keer te doen. Alleen de stapels boeken en tijdschriften die op de grond lagen, wat te sorteren en op het bureau leggen, zodat er weer eens goed gestofzuigd kon worden.
Goed plan zei Suzanne, want stiekem had ze het ook wel gehad voor vandaag.
"Hier", zei hij en hij reikte haar het boek aan. Deze is gesigneerd en mag je houden en laat me weten wat je ervan vindt.
Thuisgekomen kon ze haast niet wachten om het te gaan lezen. De titel alleen al: `Ik en die andere ik`, wekte haar nieuwsgierigheid. Achter op de kaft een gebruikelijke korte biografie van de schrijfster, in dit geval de twee auteurs. Catharina van Houten geboren 1930 in Baarle-Nassau en overleden 1978 in Marseille. Naast enkele gedichtenbundels en twee romans nu deze autobiografie.
Het verhaal over een schizofrene kunstenaar, haar vader.
Tot ook de andere auteur Peter Schmidt geboren 1931, die de moed had gevonden dit onvoltooide werk van zijn vrouw te voltooien met enkele voetnoten van zijn hand.
Suzanne keek naar de foto op de kaft. Een mooie vrouw die dromerig in de camera kijkt met op de achtergrond een man, Schmidt. Voor een prachtig huis met een palmboom. Typisch Zuid-Frans en een Jugendstil deur met lelies gevlochten ineen in houtsnijwerk.
Die vrouw zou een zus van haar moeder kunnen zijn. Ook Suzanne was haast een evenbeeld van haar moeder behalve dan haar blauwe kijkers. Ze wist maar al te goed hoe ze mannen totaal in de war kon brengen met haar blik.
Ineens had ze een ingeving. Het jaar 1978. Het jaar van het overlijden van de vrouw van Schmidt en tevens haar eigen geboortejaar.
Waar is die schoenendoos met papieren van ma. Ze vond hem snel, gewoon achter de fotoalbums. Beetje muf. Haar handen zochten naar iets. Ja, de agenda van haar moeder met adressen. Bovenop het medaillon dat ze zo mooi vond. Haar foto erin met de gegraveerde tekst eromheen ´a perfect day´. Die droeg moeder altijd. Die Lou Reed toch. Had heel wat losgemaakt destijds met zijn lyriek in 1972. Was het lijflied van haar moeder en ook Suzanne zelf neuriede het regelmatig. Schijnbaar had Schmidt er ook iets mee.
De agenda met adressen en verjaardagen. Een stapeltje losse papiertjes. En dan dat ene adres achter op een vergeelde foto. Rue de Balzac, Marseille. Een huis met die voordeur, met ineengevlochten lelies en een grote palmboom.
Suzanne schrok en veerde op. "Even goed nadenken", zei ze hardop tegen zichzelf.
Zijn vrouw was dus 48 jaar geworden en hij nu 80. Dus toen haar moeder besloot zwanger te worden van een Franse man, zoals ze eens vertelde, was Schmidt 47 jaar en haar moeder ook. Nu snapte ze waarom hij haar vroeg ‘Wie ben jij’?
Ze had een heel onrustige nacht en 's morgens werd ze doodmoe wakker. Haastig aangekleed zonder te ontbijten met de schoenendoos van ma onder arm snelde ze weg. Schmidt had veel uit te leggen.
Schmidt zat in zijn zondagse pak achter zijn bureau. Schijnbaar had hij zich voorbereid. Deze dag zou zijn perfect day worden. Zelfs zijn Korsakov zou vandaag geen invloed hebben op wat hij nu zou gaan vertellen. De bekroning van zijn zoektocht naar zijn dochter. Ze zou een vermogen erven en hij wilde daar getuigen van zijn.
Dag Suzanne, mijn kind. Hier heb ik lang op gewacht. Suzanne schrok. In zijn blauwe ogen herkende ze ineens een stuk van haar zelf.
Hoe vind je het boek. Stamelend erkende Suzanne dat ze geen woord gelezen had maar dat de foto op de kaft haar wel boekdelen vertelde en reikte hem met trillende hand de foto aan van het huis in Marseille.
Abonneren op:
Posts (Atom)